Martin Beijerinck ontdekte het virus

Het heeft iets onwerkelijks, een strak blauwe lucht met daaronder een kil maaiende zeis. Uitgestorven straten, nagenoeg lege winkels. Heel anders dan tijdens de Spaanse Griep. Toen waren er wel waarschuwingen voor besmettingsgevaar, maar vrijwel alle openbare gebouwen bleven open.

Evenals corona veroorzaakte een virus de Spaanse Griep – 1918-1919. Het sterftecijfer was torenhoog, tot 20 miljoen doden. Uit Rusland kwamen geen nauwkeurige cijfers, dus werd het land niet meegeteld.

De dodelijke griep maaide als een Advertentiedolle om zich heen. In Londen oversteeg het sterftecijfer voor het eerst het geboortecijfer.

Er waren lui die aan de ziekte geld probeerde te verdienen. Ze attendeerden op het dragen van schoon ondergoed. Ook sigaretten roken zou een probaat middel zijn, want rook verdrijft de slechte lucht die de ziekte aanwakkert.

Martin Beijerinck

Martin Beijerinck (1851-1931).

Virussen kenden we in 1918 al, die waren ontdekt door de Nederlandse microbioloog professor Martinus Willem Beijerinck (1851-1931). In 1898 gaf hij aan dat iets veel kleiner dan bacteriën – ontdekt door Antonie van Leeuwenhoek (1632-1723) – de veroorzaker was van een ziekte in tabaksplanten. Hij kon het virus niet zien, dat werd pas mogelijk na de uitvinding van de elektronenmicroscoop. Het eerste exemplaar verscheen in zijn sterfjaar. De microscoop loodste ons naar de wondere wereld van het allerkleinste.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.