Veenbrand in Valthermond

Soms kunnen ver verwijderde lijnen elkaar in één klap kruisen. Onlangs kreeg ik weer contact met een oud studiegenoot van de School voor de Journalistiek, Henk Haan. Na uitwisseling van wat wederzijdse wederwaardigheden noemde hij het Drentse Valthermond als zijn geboortedorp.

Valthermond? Daar schreef ik over in mijn in 2014 gepubliceerde boek Nederland in Veenbrand ValthermondWOI, de handel is overal. Op 21 mei 1917 brak in Valthermond een enorme veenbrand uit die aan zestien mensen het leven heeft gekost. Terstond verbaasde het me hoe dicht de lijnen elkaar nu naderde, want Henk was vorig jaar spreekstalmeester geweest bij de presentatie van een boek over die veenbrand. Sterker, hij had met eigen ogen het schip gezien waarop het schippersgezin – nee, de naam is geen verzinsel – Brands was verpulverd door de vlammen. En die Jacoba Anna, deelde Henk mij mee, bestaat nog steeds. Tegenwoordig heet het schip De Morgenster en ligt als woonboot aan het Woonhavenpad in Lelystad Haven. Het kan verkeren. Bedankt Henk!

Dit schreef ik over de grote veenbrand in Nederland in WOI.
Eind mei 1917 diende zich weer een ramp aan: een veenbrand. Turfstekers bij Valthermond waren de eerste die dikke zwarte rook over de velden zagen trekken. Wildervank en Veendam, plaatsen op drie uur gaans van het rampgebied, waren in korte tijd in dichte rook gehuld. Het vuur, soms ondergronds dan weer bovengronds, gloeide en siste. Voortgejaagd door de wind zette het in een oogwenk houten bruggetjes in vlam en vernietigde plaggenhutten, huizen en turfschepen.

‘Vlucht! In Valtermond stonden tachtig huizen en plaggenhutten in de fik. Vlucht!’

Een gezin van acht personen dat in een schip bij Valthermond woonde kwam om; reddingswerkers vonden er later niet meer van terug dan een hoop verkoolde botten.

Met grote sprongen renden de veldelingen over de gloeiend hete grond of verlieten het gebied zwemmend in het diepzwarte water van turfvaarten, langs wijken en knetterende vlammen, die een verschroeiende hitte uitstraalde. Van terugkeer kon geen sprake zijn, ze moesten door, want achter hen wachtte de dood.

Spuitgasten uit Exloo en Weerdinge deden hun stinkende best om met de kleine handspuitjes het vuur te blussen. Tevergeefs. ‘De straaltjes zijn zo mager en langen niet ver, en het brandende veld is zo wijd’ (Drentse Courant). De vlammen sprongen razendsnel, soms wel honderd meter ver. Als de brandweer dacht een stuk veen gedoofd te hebben laaide het vuur daar later toch weer op. De vlammen kropen onder de grond door. Uiteindelijk stuurde Den Haag een motor- en een stoomspuit. Dat hielp: ‘Ze kunnen wel driehonderd meter ver reiken en tweehonderd liter water over het Noorder- en het Weerdingerveen sproeien’ (Drentse Courant).

De bewoners hoopten have en goed te redden door, evenals de volkeren uit de oudheid bij rampen deden, hun bezit in kuilen te verstoppen; later zouden ze het wel weer opgraven. Later bleken het maar al te vaak de verkeerde plekken te zijn. De veenbrand was zo fel dat er nauwelijks plaatsen waren die onbereikbaar bleven voor de vlammen, met uitzondering van die plekken – en vaak ook daar niet – waar de waterstralen langdurig neerkwamen. De meesten haalden hun kostbare bezittingen, als ze die al terugvonden, geblakerd en verwrongen uit de pikzwarte grond.

De brand kost aan zestien mensen het leven. Ze werden begraven in Valthermond. Een verslaggever van de Drentse Courant was er bij: ‘In het uiterste van Valthermond rookte het nog, daar vrat nog het vuur den grond en zocht naar nieuwe prooi, toen de doden begraven werden in het stille loofbomenboschje. Het droeve bedrijf begon al in den vroege morgen, en het duurde den hele dag door. Eén voor één moesten zij worden gehaald en ter laatste rustplaats gelegd, en vele malen achtereen ging het dorpse rouwkoetsje met den stoet van geslagen verwanten er achter, den langen weg langs het diep, vanuit de barre veenstreek, helemaal achteraan naar het vreedzame kerkhof, vooraan in den mond.’

De overlevenden kregen hulp van het Rode Kruis. Voor veel getroffen turfgravers, vaak de armste der armen, gold dat ze weer helemaal van vooraf aan moesten beginnen.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.