‘Lesgeven is vergelijkbaar met bosbouw, wat ervan terecht komt is in de schoot van de toekomst verborgen. ‘

Veel (oud) inwoners van de gemeente Renkum zullen zich Jan Wilschut

Jan Wilschut (1921-1996), directeur Redichem College, Oosterbeek.

herinneren, directeur van het Redichem College. Volgend jaar is het 25 jaar geleden dat hij op 75-jarige leeftijd overleed. Het  definitieve einde van een carrière die begon als onderwijzer en  eindigde als  directeur van het Redichem College, de Mavo/Meao in Oosterbeek, waar hij in augustus 1983 gebruik maakte van de VUT-regeling.

Begin jaren negentig verscheen zijn boek Zo werd de wijsheid doorgegeven. Het verscheen bij de fusie tussen de samenwerkende christelijke scholen in de gemeente Renkum, die in augustus 1991, samen met de openbare ULO uit Oosterbeek, fuseerden en verder gingen onder de naam Dorenweerd College, een school voor Mavo/Havo/VWO die, evenals de voormalige Mulo, aan de Dalweg in Doorwerth staat.

Jan Wilschut werd geboren op 16 juni 1921 in Rotterdam. Hij begon als onderwijzer wis-/natuurkunde/ handelskennis aan een Ulo-school in Amsterdam. In 1953 solliciteerde hij bij de Gelria Ulo in Renkum. Hij had geluk, het hervormde schoolbestuur struikelde niet over zijn gereformeerde geloof, alhoewel ze tot dan toe altijd de voorkeur gaven aan mensen van hervormde huize. Maar een betere leraar dan Wilschut was niet snel voorhanden. Hij ging op 1 mei van dat jaar aan de slag, en deed het zo goed dat ze hem in 1956 benoemden tot plaatsvervangend hoofd en later tot schoolhoofd.

Oosterbeek kende vanaf 1928 een Chr. Ulo. In 1955 kreeg de school een nieuw gebouw aan de Generaal- Urquhartlaan, de latere Mavo-Meao: Het Redichem College. Hetzelfde jaar kwam er in Oosterbeek een openbare Ulo, de  Pieter Reyenga. Wilschut noemt in zijn boek wel de rooms-katholieke Springplank, maar uiteraard niet de openbare Pieter Reyenga, dat geen christelijke school was. De gereformeerde Wilschut vond het woord openbaar sowieso een vloek en zo waren er wel meer dingen en gewoonten waar hij een uitgesproken hekel aan had, zoals rokende vrouwen en lang haar, menig leerling zal er een slechte herinnering aan hebben.

Doorwerth

Eind jaren vijftig veranderde het lommerrijke Doorwerth in een bouwput. Grote lappen bos maakten plaats voor eengezinswoningen en flats. Jonge gezinnen togen naar het dorp, waar al gauw scholen nodig waren voor het christelijk voortgezet onderwijs.

Chr. Ulo aan de Dalweg in Doorwerth, de school werd in 1973 gesloopt.

In 1965 stond er in het bos aan de Dalweg een Christelijke Ulo. Directeur was de toen 44-jarige Jan Wilschut. Deze school is geen blijvertje, wist hij. Op de ‘leergrond’ stond de bouw van clusterwoningen gepland. Daarom bestond de school uit niet meer dan een handvol noodgebouwen; een bulldozer maakte er in 1973 korte metten mee.

Wilschut reed in een Amerikaanse auto, hét statussymbool bij uitstek. Alle docenten van de school reden in een auto. In die tijd groeiden de bomen tot in de hemel. jaarlijks stegen de lonen  met 14 procent. De gasbel in Slochteren maakte Nederland puissant rijk, al rezen de arbeidskosten de pan uit. De economische klap merkten we pas in de jaren tachtig toen de werkloosheid als een mokerslag neerkwam.

Vlinderdas

Wilschut stond vaak voor het hoofdgebouw van de school. De directeur pontificaal in functie. Altijd gekleed in een lichtgrijs pak, nooit zonder stropdas of een, o zo markante, zwarte vlinderdas, scherp afstekend tegen zijn spierwit overhemd. Altijd straalde hij orde en discipline uit. Hij drukte de pupillen met de neus op de feiten. Lang haar kon je de toegang tot de school kosten. Dansen op schoolfeestjes? Liever niet en zeker niet dicht tegen elkaar. Korte rokjes? In de ogen van Wilschut waren die een crime. Waardigheid ging boven alles. En dat in de roaring sixties, die maar langzaam doordrongen in het landelijke Doorwerth. Al waren hier ook leerlingen die de groeiende welvaart ‘een totalitaire consumptiemaatschappij’ noemden. Als stil protest stonden er witte fietsen  in het schoolfietsenhok en er waren leerlingen die rondreden op nozem-brommers als Puchs en Tomos, die hadden een gebogen stuur wat sterk deed denken aan de motoren uit de hippie-film Easy Rider.

Lesgeven

In  Zo werd de wijsheid doorgegeven schrijft Wilschut zonder veel opsmuk over lesgeven:

1966, de leraren van de school op de Dalweg. Vlnr Hendriksen,  Wilschut, Van Hardeveld, Scholten en Hildering.

‘Men zou lesgeven kunnen vergelijken met het werk op de akker of in de bosbouw: de grond wordt bewerkt, er wordt geplant en gezaaid, maar wat ervan terecht komt is in de schoot van de toekomst verborgen. De bosbouwer zegt: “Boompje groot, plantertje dood.”

Ik herinner me, dat ik eens een jongen ongeschikt vond om Ulo-B (extra wiskunde) te doen: later reed hij bij ons voor in een auto en vertelde terloops dat hij als ingenieur was afgestudeerd in Delft. Doet iemand het in zijn latere leven beter dan de schoolcijfers deden vermoeden, dan hebben we daar het verontschuldigende woord “laatbloeier” voor.’

Mammoetwet

In 1971 fuseerde de Ulo aan de Dalweg met de Mavo-Meao, het Redichem College in Oosterbeek. Wilschut werd er eerst adjunct, later directeur. Het Redichem College was een van de tien scholen in Nederland waar geëxperimenteerd werd met de Mammoetwet. Een van die experimenten leidde in 1963 – het jaar waarin de Mammoetwet door de Eerste Kamer kwam  – tot de koppeling tussen Mavo en MEAO. Een succes dat de school ruim duizend leerlingen opleverde.

In 1968 trad de Mammoetwet in werking. De Ulo werd Mavo, HBS Havo en gymnasium veranderde in VWO. De Mammoetwet gaf iedereen de kans te gaan studeren. Tegelijk deed de democratisering zijn intrede. De gezagsverhoudingen veranderde. Ineens mochten de leerlingen meebeslissen. Dat was niet gemakkelijk. Wilschut: ‘Je hoorde wel eens: ik ben het met het besluit eens maar niet met de manier waarop het is genomen. Jobs geduld en Salomo’s wijsheid waren nodig om tussen de klippen door te varen.’

In 1982 telde het Redichem 1.150 leerlingen, grotendeels Meao’ers. In die tijd drong de regering aan op fusies tussen scholen. Dat betekende het einde van de Mavo in Oosterbeek. Oudere leraren mochten vervroegd afvloeien. De 62-jarige Wilschut maakte gebruik van de regeling vervroegde uittreding. Hij bleef nog wel actief voor de school als secretaris van de Stichting tot instandhouding van christelijke scholen.

Spiritual Singers

De school had ooit een meisjeszangklas. Oud-leerlingen wilden blijven zingen wat in 1964, op initiatief van Wilschut, leidde tot de oprichting van The Spiritual Singers, het was het enige koor in Nederland dat alleen negro-spirituals en gospels zong. Het koor bestond 52 jaar en gaf zijn laatste optreden op 15 januari 2017. Jarenlang dirigeerde Wilschut het koor. Wat er nog aan herinnert is de zin op zijn grafsteen in Oosterbeek: The Lord is my shepherd.

 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.