We moeten leren leven met SARS-COV-2

Vandaag een half jaar geleden deed SARS-COV-2 zijn entree in Nederland – al waren er ook op 15 februari al besmettingen, maar die kwamen pas later aan het licht. Sindsdien gaat er geen dag voorbij of we horen over de nieuwe virusziekte waarvan we aanvankelijk maar weinig begrepen en nog niet alles weten. Het mag moeilijk voorstelbaar zijn, maar we zijn weer terug aan het begin van de vorige eeuw, de tijd waarin de Spaanse Griep de bevolking de stuipen op het lijf joeg.

In het begin lagen de ziekenhuizen vol. In maart steeg het aantal coronapatiënten schrikbarend snel. De aanwas van SARS-COV-2 leidde halverwege die maand tot een totale gekte in de supermarkten. Iedereen sloeg aan het hamsteren. Voor het eerst sinds WO2 heerste er angst in een rijk land als Nederland. In allerijl begonnen wetenschappers te werken aan een vaccin. Het Erasmus MC en de Universiteit Utrecht ontdekten antilichamen maar ze zeiden meteen dat het nog wel twee jaar kan duren voor er een vaccin op de markt is.

Lockdown

Op 15 maart was de situatie zo verslechterd dat Nederland op slot ging. De horeca en scholen sloten, het OV schakelde over op weekenddiensten. ‘Nederlanders, let een beetje op elkaar’, zei toenmalig minister van Volksgezondheid Hugo Bruins. Anderhalve meter afstand houden, handen wassen, geen fysieke aanraking meer, we waren terechtgekomen in een volstrekt abnormale tijd.

Op maandag 16 maart houdt premier Rutte een landelijke toespraak op radio en tv. Het is voor het eerst sinds 1973 – oliecrisis, toespraak Joop den Uyl – dat een premier zoiets doet. Hij waarschuwt dat een groots deel van ons volk besmet zal raken. Na het virus ben je immuun. Het klopt niet, maar wat wisten wij toen van het virus, vrijwel niets. We dachten dat we groepsimmuniteit konden opbouwen, een zienswijze die niet meer bestaat, want het virus muteert, zoals elk griepvirus, waardoor het maar zeer de vraag is of we straks immuniteit verkrijgen via een vaccin.

Door de lockdown zakte de economie als een plumpudding in elkaar. Van files op de wegen was toen geen sprake meer. Iedereen die kon werkte thuis. Onze wereld was totaal veranderd.

Boetes

Brabant was er het ergst aan toe. De ziekenhuizen in Breda en Uden lagen vol met covid-19 patiënten. Het zorgpersoneel draaide overuren. Gepensioneerde artsen werden ingezet om hulp te bieden. Op maandag 23 maart telde de provincie 4.204 besmettingen en 179 doden. Er lagen daar 988 patiënten met SARS-COV-2 in de ziekenhuizen. Begrafenissen volgden elkaar op met de regelmaat van de klok. Er overleden daar in die periode 80 procent meer mensen dan in de eerste tien weken van het jaar.

Om de strijd tegen het virus te verharden kwam er een verbod op samenkomsten en boetes voor hen die lak hebben aan de anderhalve meter– er werden er meer dan 5.000 opgelegd). In die periode lagen er op de IC’s 761 patiënten met Covid-19. Het is dan is wel duidelijk dat het virus niet alleen je longen maar alle vitale lichaamsorganen aantast. Verpleegkundigen hebben zoiets nog nooit gezien. De ziekte is zo besmettelijk dat niemand op de IC bij je in de buurt kan komen. Je stikt en sterft alleen.

Cijfers niet accuraat

Het RIVM noteert alleen de positief geteste aantallen, maar de besmettingen gaan zo snel dat die cijfers nooit accuraat zijn. Na Brabant diende zich Zuid- en Noord-Holland aan als koplopers.  Maar hoe hoog de aantallen daar ook zijn, nooit halen ze het verschrikkelijke aantal besmettingen in Italië. Begin april telt Nederland, volgens het RIVM, 13.614 besmettingen in Italië zijn dat er 110.574.

Honderden coronapatiënten sterven thuis of in verpleeghuizen. De situatie is inktzwart. In mei zijn er officieel 5.700 coronadoden. Duitsland verklaart Nederland in april tot risicogebied. Dat neemt niet weg dat het land IC-patiënten uit Nederland opneemt.

Dinsdag 7 april is een donkere dag: 234 coronadoden, het hoogste aantal tot nu toe. Toch zijn er ook lichtpuntjes, want het aantal besmettingen stijgt minder snel. ‘Terug naar normaal’, benadrukt Rutte, ‘is een zaak van lange adem’.

Voor het eerst horen we over de ontwikkeling van een app die ons gaat waarschuwen bij een mogelijke besmetting. In augustus kunnen we de app downloaden en in september is hij landelijk actief.

Halverwege april liggen er in de ziekenhuizen ruim 10.000 covid-19 patiënten, het aantal overledene staat op ruim honderd per dag. Toch ziet het ernaar uit dat de snelheid waarmee het virus zich verspreidt is afgenomen. Voorzichtig wordt nagedacht de beperkingen eraf te halen. Dinsdag 21 april zijn de cijfers hoopgevend al is de druk gigantisch hoog en de situatie in de verpleeghuizen zorgwekkend. Alleen de scholen gaan weer open en jongeren mogen weer sporten.

Koningsdag gaat stil voorbij. Er is applaus voor de zorgmedewerkers, die eerlijk gezegd meer gebaat zijn bij meer loon, maar daar kunnen ze naar fluiten. Een netto bonus van duizend euro en volgend jaar 500 euro, daar blijft het bij.

Virus zet door

April laat een omslag zien in het denken over SARS-COV-2. De straten raken weer vol, met de maatregelen nemen we het niet meer zo nauw. Per 1 juni zijn alle terrassen en musea weer open en rijdt het OV weer volgens de normale dienstregeling, wel alleen noodzakelijke reizen en niet zonder een mondmasker. Die dag start het massaal testen op corona. Dat doe je alleen bij klachten, maar er zijn er ook die het voor de zekerheid doen. Al snel ontstaan er capaciteitsproblemen.

Op de Dam in Amsterdam schreeuwen vijfduizend mensen om verlichting van de strenge coronamaatregelen. De bijeenkomst levert veel discussie op maar slechts één besmetting. Langzaamaan beginnen we te denken dat de pandemie voorbij is. Vergeet het: het is niet achter de rug, aldus de WHO. De zorgsector bereidt zich al voor op de tweede golf. Uit voorzorg koopt Nederland 300 tot 400 miljoen doses van het door de universiteit van Oxford ontwikkelde coronavaccin. Geen wondermiddel, maar het zou de ontwikkeling van SARS-COV-2 wel kunnen temperen.

Halverwege juni verdwijnt covid-19 in de politiek even naar de achtergrond. Op 1 juli reizen we weer zonder belemmering overal naar toe. Terwijl het virus in de rest van de wereld veel schade aanricht – 13 miljoen besmettingen en 565.000 doden – lijkt Nederland de dance macabere te ontspringen. Maar die maand loopt het aantal besmettingen weer flink op. Op 17 juli noteert het RIVM dat de R-graad 1.2 is, het betekent dat 100 besmette mensen er 120 kunnen besmetten. Een gevaarlijke opmars van het virus, een persbijeenkomst daarover komt pas op 6 augustus. De oppositie heeft dan al stelling genomen tegen Rutte die, zo is de algemene zienswijze, te weinig doet. Nu komen de mondkapjes, waar we eerst niet veel in zagen, in zicht. Steden mogen die verplicht gaan stellen. En heb je klachten? Laat je testen.

We zijn nu een  half jaar verder. Corona zet door, het weet van geen wijken. We zullen moeten leren leven met dit virus, want de kans dat het verdwijnt is nihil.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.