
Het Nationaal Holocaustmuseum (foto boven) in Amsterdam is gesitueerd op de plek waar in de oorlog voor 600 Joodse kinderen de bevrijding begon. De Joodse onderwijsvernieuwer Henriëtte Pimentel (tante Jet) bedacht samen met Walter Süsskind, die lid was van de Joodse Raad, allerlei mogelijkheden om de kleuters ver weg te houden van deportatie.
Ze deden dat onder meer door kinderen te schrappen uit de administratie en ze met
verzorgsters te laten ontsnappen door de tuin, tegenwoordig een grindvlak. Dan door de gang van de naastliggende Hervormde Kweekschool en wachten tot lijn 14 voor de deur stilstond.

Het is 81 jaar na de oorlog, voor de voormalige crèche en kweekschool stopt nog steeds tramlijn 14.
De stilstaande tram belemmerde het zicht van de op wacht staande Duitser voor de Hollandsche Schouwburg aan de overkant, dat was de centrale opvang voor opgepakte Joden. Na het sein ‘veilig’ stapte de kleuter met een begeleider fluks in de tram en begon de ongewisse tocht naar een onderduikadres. Het merendeel van de kleuters overleefde de oorlog.
In 1943 stopte de vluchtroute abrupt. De Duitsers kwamen de crèche binnen, arresteerden de kinderen, alsmede Pimentel en een aantal verzorgsters. Van Westerbork gingen ze naar Auschwitz. Daar stierf Henriëtte Pimentel, 67-jaar oud.
In 1950 kwam er in het pand een nieuwe crèche, Huize Henriëtte. Sinds 2016 is in de voormalige crèche en kweekschool het Nationaal Holocaustmuseum gevestigd. In 2024 kwam daar het Nationaal Dankteken te staan – een ladder die uitsteekt in de lucht, de vrijheid. Het is ontworpen door Gabriel Lester, een Nederlandse beeldhouwer, uitvinder, performer en filmregisseur.