Delen uit:
Werken tot je 67ste

De eerlijkste en beste motivatie om te werken is geld verdienen. Maar er is geen werkgever die je op de basis van deze motivatie zal uitnodigen voor een sollicitatiegesprek (zie ook onderstaande video: Waar zijn we mee bezig?!).

En dat is vreemd, want iedereen doet zijn uiterste best om centen te verdienen. Geld is de maat der dingen. In zijn boek Aan de grond in Londen en Parijs stelt George Orwell: ‘Als er met bedelen zelfs maar tien pond per week was te verdienen, zou het onmiddellijk een fatsoenlijk beroep worden.’

Voor Werken tot je 67ste ? Bekijk het!
daalde ik af in de krochten van de machteloosheid. Geen gezellige boel, maar toch ook weer niet de zwartgalligheid die ik verwachtte. Door alle rampspoed heen klonk hoop: morgen zal het beter gaan, want het kan toch niet altijd vriezen. De lente – het mooie salaris – komt wel weer terug, maar nu even niet. De geïnterviewden leken op racewagens met doorgestreepte startnummers, die wel ronkten maar vooralsnog geen centimeter vooruit kwamen.

Robert is 62. Hij heeft bijna veertig jaar gewerkt. Tijd om in de VUT te gaan zou je denken, maar het geluk ontbrak hem om vervroegd uit te treden. Op het moment dat die optie in zicht kwam begon de ellende. Het automatiseringsbedrijf waar hij werkte werd in 2004 opgekocht door een hedgefund. Winst genereren was het enige waar het fonds aan dacht. Eén van de maatregelen om dat doel te bereiken was een deel van het personeel ontslaan. Hij werkte op contractbasis en kwam zonder een cent op straat te staan. Vijf jaar een uitkering, daarna onverbiddelijk de finish.

Hij solliciteerde zich gek. Twee, drie, vier brieven per week gingen de deur uit.
‘Het zal toch allemaal wel goed komen?’, dacht ik. ‘Het was een gunstige tijd om te solliciteren, krapte op de arbeidsmarkt, maar op het gros van mijn sollicitatiebrieven kreeg ik niet eens antwoord, of ze maakten zich ervan af met dooddoeners als: ‘U past niet in het beoogde profiel’ of: ‘U heeft te veel ervaring’.

Natuurlijk liet ik me inschrijven bij gespecialiseerde bureaus. God, wat waren ze enthousiast over mijn cv, een uitstekende applicatiebeheerder. Prachtig, u heeft zo weer iets nieuws. Nee dus. Doorgaans hoorde ik niks meer.’

‘Eenmaal dacht ik een baan te hebben gevonden. Het gesprek verliep vriendelijk. Vlak voor ik de kamer zou verlaten ging ik verzitten. De personeelschef vroeg belangstellend waarom ik dat zo bedachtzaam deed en ik was zo stom te vertellen dat ik ooit mijn heup gebroken had.’
‘”Nou”, zei de manager, “dan zie ik u niet meegaan op ons jaarlijkse skiuitje”. Daarmee was die baan verloren.’

Tot 2008 schreef hij vrijwel wekelijks sollicitatiebrieven, zonder succes. En wat hem tijdens zijn werkzame leven nooit was overkomen gebeurde nu: hij kreeg een burn-out.

‘Ik voelde me opgegeven, weggedrukt. Jarenlang gewerkt zonder noemenswaardige problemen en ineens sta je aan de kant. Ze kijken niet meer naar je om. Ik kon niet meer slapen, lag uren wakker. Soms snakte ik naar lucht, ik kon me niet meer ontspannen. Ik was moe, ontzettend moe. Mijn wereld brokkelde af. Geen mens die erop lette. Op een gegeven moment dacht ik: ik maak er eind aan, ben ik in één klap van alles af. Maar ja, dat is een hele stap…’

Toen het echt niet meer ging meldde ik me ziek bij het UWV en kreeg prompt een lagere uitkering waardoor ik mijn huur niet meer kon betalen. Weken later werd alles weer rechtgetrokken, ondertussen was ik met hartproblemen in het ziekenhuis opgenomen. Voor de uitkeringsinstantie was dat het signaal om hulpverleners langs te sturen, een huisarts, een psycholoog en een arbo-arts kreeg ik toegewezen. Maar het belangrijkste ontbrak: werk. Werk zou alles een stuk makkelijker maken. Maar nee, dat hadden ze niet. Ze verklaarden me ziek, ik mocht niet meer solliciteren. Nu ben ik drie uur bezig en slaap vervolgens drie uur, want die verdomde vermoeidheid wil maar niet wijken. Zo kom ik de dagen door. Om me niet te vervelen houd ik bij wat er in de ITC-sector gebeurt en repareer computers.’

                                                       Voorblad Werken tot 67

Achter het huis van Fred staat een paardentrailer voor twee paarden, waarvan in september 2009 nog één paard over is.
‘Het andere paard heb ik moeten verkopen’, zegt de werkloze productiemanager, die met de paardenverkoop zijn twee dochters van negen en veertien geen plezier deed.

‘Om nog te kunnen paardrijden maken mijn vrouw en dochters in de manege paardenstallen schoon, daarmee verdienen ze een deel van het stalgeld terug.

De afgelopen zes jaar werkte Fred voor Brooks Emerson, een Amerikaanse producent van meet- en regelapparatuur. Hij deed de aftersales. ‘Klachten innemen en verwerken.’

In 2005 verplaatste het bedrijf de productie naar Hongarije waar goedkope krachten het werk overnamen. Fred stapte gedwongen op.

Met zijn 50 jaren belandde hij in een andere, grimmige wereld. Via Beerenschot verwachtte Fred terecht te kunnen als productiedirecteur bij de verkoopafdeling van een concurrerend bedrijf dat ooit was opgezet door ex-medewerkers van Brooks Emerson, maar die pogingen werden om onduidelijke redenen afgekapt (‘Ik heb er nooit een verklaring voor gekregen’). Er zat niets anders op dan voor het eerst in zijn leven te gaan solliciteren. Het werd een lijdensweg.

Al vrij snel kreeg hij contact met een bedrijf in de Achterhoek dat gespecialiseerd was in de fabricage van meet- en regelapparatuur. Hij legde er zijn cv neer en werd geprezen om zijn goede papieren. ‘U bent onze man’, lieten ze hem weten.

Drie maanden later schoof hij aan tafel met de raad van bestuur. Het zag er florissant uit. Totdat een van de commissarissen hem meedeelde dat ze als nieuwe man toch liever een ingenieur zagen, of in elk geval iemand met meer engineeringachtergrond.
‘Zo hadden ze het nooit gepresenteerd. Ik kon ze…’

Hij klopte aan bij uitzendbureaus, ‘maar daar hoorde ik nooit meer wat van’. Uiteindelijk leek het geluk hem toe te lachen, hij werd uitgenodigd bij een metaalweverij die te springen zat om iemand die het bedrijfsproces kon optimaliseren.
‘Hoe zou jij dat aanpakken’, vroeg de general manager.

Uit de stukken die Fred in zijn bezit had bleken er naar verhouding te veel mensen in het bedrijf te werken. ‘Natuurlijk deed het me pijn, maar ik zag de situatie waarin dit bedrijf verkeerde: een goede afzet genereren bleek onmogelijk. Het hele bedrijf kostte meer geld dan er verdiend werd. Ze teerden op hun reserves, het was één grote malaise. In deze situatie zag ik geen andere mogelijkheid dan de kosten te beperken door mensen te ontslaan. Raar wellicht, vooral omdat ikzelf in zo’n klote situatie zit, maar een andere uitweg zag ik niet.
’Zijn antwoord knalde tegen het zere been van de directie.
‘We hebben hier nog nooit mensen ontslagen’, spoog de chef. Hij legde uit wat ik dan wel had moeten zeggen: ‘We zoeken op allerlei manieren naar wegen om mensen elders in het bedrijf te plaatsen.’
‘Ik vond en vind dat nog steeds het verschuiven van problemen. Verder hoefde ik er niet meer over na te denken, want voor mij was het daar voorbij.’

Uiteindelijk kwam er redding, bij een doe-het-zelver in het westen van het land. Na een assessment ging hij er in 2008 voor 4.000 euro netto per maand aan de slag. Het bedrijf vroeg een gestroomlijnd werkproces. Nieuwe software was noodzakelijk, stelde Fred. ‘Een te grote ingreep’, vond de productiedirecteur.

Enkele maanden later kampte het bedrijf door afzetproblemen met een fikse omzetdaling. Voor Fred lag daarmee het begin van nieuwe ellende in de sudderpan. De moedermaatschappij zorgde voor de komst van nieuwe “bezems” om de winst op te krikken. De frisse, nieuwe manager wipte Fred eruit en vernieuwde de oude software.
‘Hij bracht het alsof het zijn idee was’, schampert Fred.

‘Je mag best weten dat ik regelmatig met pijn in mijn buik wakker word. Laatst belde ik de sociale dienst voor een preventief gesprek. Wordt die man kwaad en stuurt mij door naar het UWV. Mail ik het UWV: geen antwoord, bel ik: geen reactie.

Het salaris van zijn vrouw is volstrekt onvoldoende om met twee opgroeiende tieners de tijd door te komen, Daarom heeft hij inmiddels zijn koopsompolissen te gelde gemaakt waarvoor de belastingdienst hem een boeterente van 20 procent in rekening bracht en de verzekeringsmaatschappij extra kosten berekende voor het vervroegd afkopen van de polissen.

Hij maakt zich kwaad dat ze hem vaak ‘als pummel wegzetten’. ‘Reiskosten voor sollicitatiegesprekken? Vergeet het maar, die laten ze je uit eigen zak betalen. Vraag je er naar dan zeggen ze: dat is uw risico. Onlangs heb ik in België gesolliciteerd, ik ben erop gesprek geweest, kostte me aan reiskosten alles bij elkaar 350 euro. Nooit een cent van teruggezien, en met die baan is het ook niks geworden.’

Rolof is slachtoffer van het “jij doet wat ik zeg” syndroom, anders gezegd: “De chef heeft altijd gelijk”. Wat ze ook mogen zeggen in CAO’s en werknemersverklaringen: als de chef je niet blieft blijf je nergens.

Met 47 werd Rolof door Renault geheadhunt om de strategie van drie vestigingen en drie subvestigingen van het autobedrijf in goede banen te leiden.
‘Vanaf week één ging het mis. Ik kwam terecht bij een, laat ik zeggen, tamelijk emotioneel reagerende baas die me opdroeg in plaats van strategisch te denken auto’s te verkopen. Dat was mijn taak niet, maar daar wilde hij niet aan. De vestigingen boekten jaarlijks samen een verlies van 800.000 euro. Ik bracht de teller terug op nul en was daar best trots op, maar ik deed niet wat de baas wilde: auto’s verkopen, dus werkte hij me eruit. Zijn zoon nam het over, die verkocht wel auto’s. Zo eenvoudig is het.’

Rolof zat zestien maanden zonder werk, daarna kreeg hij een baan als productiemanager bij een machinebouwer voor de voedselindustrie.
‘Het zijn specialisten op het gebied van roestvrijstalen procesinstallaties: metalen ketels van 3.000 liter, machines voor de productie van jams. 500 Kilo fruit aan de ene kant erin en de potjes jam komen eraan de andere kant uit, van dat soort werk. Bij mijn komst werkten er 62 man, toen ik een jaar later weg moest vanwege, zoals ze zeiden, “de economische crises”, waren er nog 32 over en was de orderintake vrijwel nul.’

Nu zit hij weer thuis en probeert op alle mogelijke manieren aan werk te komen.
‘Ze zeggen het niet, maar ik merk duidelijk dat mijn leeftijd me parten speelt. O, we hebben wel belangstelling, mail even je cv. Een uitgebreid en mooi cv trouwens. Vervolgens blijft het stil. Ik ervaar tegenslag op tegenslag. Ik probeer zoveel mogelijk via mijn netwerk aan de slag te komen, even leek dat goed te gaan maar de vacature waar ik belangstelling voor had is weer ingetrokken.’

Waarom zouden bedrijven een oudere werknemer in dienst nemen? Hij past niet in het jonge, dynamische beeld dat de firma graag uitstraalt. Daarom krijgen oudere sollicitanten veelal antwoorden in de trant van: ‘Over gekwalificeerd! Wat zeg je: je wilt voor minder salaris gaan werken? Met uw ervaring? Nee, sorry, dat doen we niet, of we kunnen je niet verder helpen. En maar al te vaak luidt het oordeel: ‘Dit keer komt jouw sollicitatie dan ook te vervallen’.

Of ze willen of niet, het is de hoogste tijd voor werkgevers om mee te werken aan het in dienst nemen van ouderen. We moeten af van het beeld dat ouderen minder goed zijn dan jongeren, dat ze niet passen bij jong en dynamisch. We moeten af van vooringenomen standpunten. Werkgevers maak toch eens korte metten met de altijd weer genoemde hogere kosten van oudere werknemers (hoger salaris, hogere pensioenvergoeding en een hogere uitkering bij ontslag). Leggen we deze denkbeelden op het scherp van de snede, dan zien we dat jonge medewerkers doorgaans veel minder dynamisch zijn dan de reclame ons laat geloven. Als ze al zonder te kankeren overuren draaien dan liggen ze daarna op apegapen, voelen de tinteling in hun vingers van de stress of melden zich bij de dokter met hoge bloeddruk.

Vroeger kon je met een hoger beroepopleiding of universitaire opleiding vrijwel niet werkloos worden. Er waren immers weinig mensen die jou konden evenaren. Tegenwoordig is eenderde van de beroepsbevolking HBO of universitair geschoold en dat percentage gaat vliegenvlug naar 50 procent. Een loodgieter, timmerman of automonteur, die hebben veel meer kans op een baan. En vinden ze die niet, dan kunnen ze altijd nog gaan klussen. Onthoud: twee rechterhanden zijn meer waard dan een goed stel hersens. Beschik je over een goed stel hersens en twee rechterhanden, dan heb je goud in handen. Ouders dwing je kinderen niet tot het onmogelijke: sta niet afwijzend tegenover een handvak, want daar komen ze verder mee!

Jos, een anesthesist uit Nijmegen, werkte in een Duitse kliniek. Door een burn-out moest hij zijn baan neerleggen. Na herstel probeerde hij opnieuw aan de slag te komen. Dat zou zo lukken, dacht hij. Het liep anders. Op zijn leeftijd – 53 – en met zijn achtergrond van een burn-out wilde geen enkele verzekeraar hem een verzekering tegen letselschade verstrekken, waardoor het onmogelijk was zijn vak in welk ziekenhuis dan ook uit te oefenen. Ook hij moest op den duur aankloppen voor een WW-uitkering. ‘Dan maar iets anders gaan doen’, dacht hij: slaaptrainingen geven was een optie. Hij zette alles op alles, maar werk heeft hij er nooit mee gevonden. Een jaar na zijn ontslag loste het probleem zich vanzelf op: hij stierf hij aan een levertumor

                                                     *

In feite is het merendeel van de mensen gewoon loonslaaf. Iedere werkdag stappen ze in hun auto, parkeren zich voor een uur of langer in de file, kruipen achter hun bureau in kantoorflats en verbeelden zich nuttig werk te verrichten. Kennelijk is het nuttig, want iedere maand komt het schip met geld langs. Maar het oude rad draait zoals het al eeuwen draait, in dezelfde cadans. Om het te smeren voegen we er steeds weer nieuwe woorden aan toe. Passie en out of the box denken zijn tegenwoordig populair.  Iedere sollicitant zal zich deze uitdrukkingen zo snel mogelijk eigen maken omdat de maatschappelijke regeldwang daar nu eenmaal om vraagt. Zou je ze verzuimen te benoemen, dan blijft iedere poging een werkkring te vinden voor de meesten nutteloos.

                                                    *

Vroeger was de dominee of meneer pastoor de vraagbaak voor je zielenheil, tegenwoordig stap je naar een coach. Nederland telt zo’n 3.000 coaches. Daar zijn hele goede bij, maar er zijn ook heel veel veertigers en vijftigers die noodgedwongen in de zijlijn belanden en zich vervolgens als coach presenteren. Niet zo vreemd, want het is (nog) een onbeschermd beroep. Een hbo-diploma of diploma wetenschappelijk onderwijs volstaat. Ter aanvulling is het prettig als je kunt terugkijken op tenminste twee jaar relevante werkervaring met coachen. Er zijn weinig managers die vinden dat ze die ervaring missen, want elke chef stuurt personeel aan en volgens hem komt daar doorgaans coachen bij kijken. Voeg daar een paar scheppen psychologie en een vleugje filosofie aan toe en je maakt een aardige kans om via een cursus binnen een jaar een échte coach te zijn. Je kunt er tot tachtig euro bruto per uur mee verdienen. Nu begrijp dat het geen wonder is dat veel ex-managers na ontslag (pardon: externe oriëntatie) kiezen voor deze liveline, die ze van een goede toekomst verzekert. Steeds meer mensen kloppen immers aan bij een coach. Coachen is big business geworden.

Coaches op werklozen loslaten heeft beperkt zin. Je kunt duizendmaal bij een coach te raden gaan, je doelen aanscherpen, je gedachten ordenen, hij of zij kan je helpen je beter te manifesteren, maar het is en blijft geen vrijbrief voor een nieuwe baan. De coach is de laatste die daarmee zit. Hij pleit zich al vrij voor de sessie begint. De cliënt, zo staat in de kleine letters onder elk contract dat je met hem afsluit te lezen, “moet zelf energie en tijd investeren om zijn of haar doel (lees: baan) te bereiken”.

                                                  *

De babyboomers houden driftig de schijn op dat het allemaal keurig gaat. Misschien is dat de reden waarom je ze niet hoort. Maar dan nog is het raar, want zonder dat ze het beseffen beschikt deze grijze massa over macht: 250.000 ouderen zonder werk kunnen samen met de overige ruim 200.000 werklozen politiek maken. Door hun kaken stijf op elkaar te houden, zoals nu gebeurt, geven ze bewindvoerders munitie voor het bedenken van nog meer maatregelen die de tweedeling stimuleren, zoals de verruiming van de pensioenleeftijd, zonder daar samen met het bedrijfsleven doorslaggevende maatregelen voor oudere werkzoekenden bij te bedenken. Oudere WW’ers en anderen met een uitkering laat zien dat je er bent! Rammel aan de deuren van de Haagse Kamers! De oprichting van een politieke partij of landelijk werkende bond van werklozen zou geen slecht idee zijn.

                                        
                                                           ***