Filosoof Spinoza: God is natuur

De filosoof Benedictus de Spinoza was mager met een lang, kenmerkend gezicht. Deze Amsterdamse Jood uit de Gouden Eeuw liep door zijn woonplaats Rijnsburg in een zwarte cape met witte kraag. Hij baseerde zich louter op de rede daarom lieten de meesten hem links liggen. Want wat had je aan een vent die de Bijbel niet letterlijk nam en God gelijkstelde aan de natuur? Wie dat in de zeventiende eeuw in het openbaar verklaarde moest lef hebben.

Uit het gedicht Maysche Morgenstond van Dirck Rafaëlsz. Camphuysen (1586-1627), een predikant die door de Synode van Dordrecht werd aangewezen als een ketter. De strofe is aangebracht op het Spinozahuis in Rijnsburg.

Een godslasteraar was hij, vond men, maar dat niet alleen, ook door zijn politieke zienswijze zagen ze hem liever gaan dan komen. Wat een idioot was hij door te verklaren dat de staatsmacht nooit in één hand mag liggen. De almachtige Franse zonnekoning Louis de XIVe   –  die zichzelf beschouwde als door God gezonden en het symbool van de macht op aarde – had hem het liefst gewurgd.

Spinoza werd omringd door een kleine groep getrouwen uit binnen- en buitenland die er goed aan deden hun interesse in s ’mans zienswijze niet breed uit te dragen, anders verging het ze slecht. De Engelse scheikundige Robert Boyle toonde begrip voor hem, het kostte hem twee maanden cel in de Tower van Londen.

Verlichting

Hij was een verguisde radicaal, een vreemde ‘vogel’. Zelfs de Joden gooiden hem uit de synagoge en spraken een banvloek over hem uit. De protestanten noemden hem ‘een ketter’, zelf ‘een atheïst’. Pas veel later zag de wereld hem als een groot filosoof.

Spinoza – geboren in 1632 in Amsterdam – drukte een belangrijk stempel op het tijdperk van de Verlichting. ‘Ik denk, dus ik ben’ – een uitspraak van de Franse filosoof René Descartes –stond in die tijd centraal, zo werd het juk van de autocratie afgeworpen en kwam de grootschalige zelfontplooiing op gang.

De aversie tegen Spinoza bemoeilijkte de uitgave van zijn boeken. Hij voorzag in zijn levensonderhoud met het slijpen van lenzen, o.a. voor brillen en microscopen. Rond 1661 ging hij naar Rijnsburg waar hij introk bij een chirurgijn, het huis (zie foto) staat er nog. Hij begon er aan zijn boek Ethica – https://nl.wikipedia.org/wiki/Ethica_(Spinoza).

Het Spinozahuis in Rijnsburg dateert van 1660.

Later verhuisde hij naar Voorburg. In 1669 trok hij in een huis aan de Stille Veerkade in Den Haag. Twee jaar later woonde hij aan de Paviljoensgracht. Het volk verdacht hem van spionage voor de Fransen, die Utrecht al een jaar bezet hielden. De in 1672 gelynchte gebroeders De Witt indachtig voelde Spinoza zich niet tof in Den Haag. Op 21 februari 1677 stierf hij aan tbc. Zijn graf in de Nieuwe Kerk in Den Haag is geruimd. Op de plek buiten de kerk waar zijn overblijfselen liggen staat nu een gedenksteen.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.