Roken is iets uit de oude doos

Het roken hebben de meeste Nederlanders afgezworen. Wie het nog doet – zo’n drie miljoen Nederlanders – trekt zich terug of schuift aan bij soortgenoten. Rokers staan meestal in de open lucht, binnen is het vrijwel overal verboden.

De roker, geschilderd door de kunstvervalser Han van Meegeren naar een schilderij van de zeventiende eeuwse meester Adriaen Brouwer.

Nicotineplezier was een grote lust. In auto’s, cafés, restaurants, treinen en vliegtuigen snoof je de smerige damp gratis op. De vieze geur beet zich lang vast in de kleding.

Roken was aan mij niet besteed. Ik rookte welgeteld achtendertig sigaretten en vier keer een pijp, toen had ik er schoon genoeg van. Dat ik het precieze aantal nog zo goed weet komt doordat een overbuurjongen aan dodelijke maagkanker leed. Hem zien was geen pretje. Toen ik hoorde dat roken longkanker veroorzaakt hoefde ik dan ook niet lang na te denken om ermee te stoppen.

Nonsens

Bij mijn ketting rokende ouders vielen de verhalen over de gevaren van roken niet in vruchtbare aarde. In de jaren zeventig van de vorige eeuw vonden zij de mening van de anti-roker dokter Meinsma sterk overtrokken, maar ze kregen  ongelijk. Ik neem het ze niet kwalijk. Want van  de zeventiende eeuw tot ver in de jaren zeventig van de vorige eeuw was tabak een algemeen aanvaard genotsmiddel en werd tegelijk – hoewel klinkklare nonsens – ook gezien als een medicijn. Tabak zou rust geven, de honger stillen en hoofdpijn genezen. In de tijd van mijn ouders was er vrijwel geen man die het rokertje liet staan, en steeds meer vrouwen staken er een op.

Een met de hand gesneden pijp.

Gadgets

Roken, ooit een luxe die bedreven werd in een rokershoek.

Bij roken hoorde een bepaalde cultuur die sterk bijdroeg aan statusverhoging. Voor het joyeus aansteken van een sigaret gebruikte je natuurlijk een Zippo. Een designvolle keramische asbak was ook een must. Wie de voorkeur gaf aan een pijp of sigaar kon te maken krijgen met kostbare gadgets. Wat dacht je van een humidor? Een apparaat dat zorgt voor de goede luchtvochtigheid van de rookwaar en tevens bescherming biedt tegen smaak bedervende geuren.

De pijp is nu een museaal object.

In Nederland begon het roken omstreeks 1600 in witte kleipijpen, rond 1800 verscheen de sigaar en tachtig jaar later kwam de sigaret. Pijp en sigaar zijn vrijwel verdwenen. De pijp is zelfs een museaal object geworden dat ons terugbrengt naar de tijd waarin roken onze volledige waardering genoot.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.