Verlost uit het schrikbewind van een onderwereld

Morgen is het 4 mei, dodenherdenking. Op een lege Dam in Amsterdam wordt

Kranslegging bij het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam.

herdacht dat de oorlog 76 jaar geleden tot een einde kwam. Het Nationaal Monument is 65 jaar oud, het werd onthuld op 4 mei 1956. Op een plaquette aan de achterzijde staat een theosofisch gedicht van onze Prins der dichters Adriaan Roland Holst (1888-1976).

‘Nimmer, van erts tot arend, was enig schepsel vrij onder de zon, noch de zon zelve, noch de gesternten. Maar de geest brak wet en stelde op de geslagen bres de mens.

Uit die eersteling daalden de ontelbaren. Duchtend zijn hoge blik deinsden hun zwermen binnen de wet terug en werden volken en stonden elkander naar het leven, onder nachtgewolkten verward treurspel, dat wereld heet. Sindsdien werd geen mens vrij dan ontboden van boven zijn dak, geen volk dan beheerst van boven zijn torens.

Blijve dat ons bij, verlost als wij werden uit het schrikbewind van een onderwereld.

Niet onbeheerst, doch enkel beheerst van boven de wereld blijft vrijheid ons deel.’

Het graf van Adriaan Roland Holst in Bergen.

Ik begrijp er geen reet van. Harry Mulisch noemde het gedicht ‘huiveringwekkende bla bla’. Ook W.F. Hermans raakte het spoor volkomen bijster, hij vergeleek de strofen met ‘zeeslangentaal’. Maar volgens de schrijver Clemens von Gleich is wat Holst in dit wijsheid-religieus gedicht symboliseert ‘het conflict tussen de mens als slaaf van een god of opperwezen, en de vrije, machtige mens, de god-mens. Deze laatste schijnt te zegevieren, maar het is slechts het verstand dat zijn goddelijk ego bekrachtigt, terwijl zijn eigen wil nog te zwak is en in een pantheïsme dreigt te verzinken.’ Biedt ook stof tot nadenken.

 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.