´Er is geen aangenamer val dan een carnaval. Je valt namelijk naar boven. Het is een vallende blijheid´, schreef cabaretier Toon Hermans. Het zottenfeest, dat vanouds draait om het op de hak nemen van de wereldlijke en geestelijke macht, begint dit weekend.

De strijd tussen vastenavond en vasten (1555-1575). De doedelzakspeler (links) verbeeldt het carnaval, de vis de vastentijd. Schilder onbekend, volger van Jheronimus Bosch.
Carnaval bestond al in de Middeleeuwen. Aan het zottenfeest van toen herinnert vrijwel niets meer, al is het als vanouds van zondag tot en met de dinsdag vóór Aswoensdag. Daarna volgt de veertig dagen vasten (lent) voor Pasen, iets wat vrijwel geen mens meer doet.
Ons carnaval komt uit Duitsland.
In 1823 ontstond in Keulen de carnavalsvereniging Rote Funken. Het feest stoelt op tradities van het carnaval in Venetië. Dat is het oudste carnaval, ze vieren het al sinds circa het jaar 1100. Het is een eerbetoon aan de lente, met prachtige maskers en schitterende kledij.
Momus

Carnavalsvereniging Momus in Mestreecht zetelt aan het Vrijthof, opgericht in 1839.
Met carnaval ‘springt het duffe monotone kapot’ (vrij naar T. Hermans). In Oeteldonk (Den Bosch) vieren ze het Bourgondisch carnaval, dat gebeurt in een blauwe boerenkiel, het herinnert aan het eenvoudige boerenleven. Niemand zegt daar Alaaf, eerder Houdoe! Alaaf hoort bij het Rijnlandse carnaval dat ze vieren in Mestreecht en het Stedje van Plezeer (Venlo).
Limburgers noemen het geen carnaval maar Vastelaovend, het feest dat voorafgaat aan de vastentijd. Carnavalsvereniging Momus in Mestreecht was de eerste carnavalsvereniging van Nederland, opgericht in 1839.
Uitbundig

Prinsenmuts
Carnaval viel vroeger niet in de smaak van veel bisschoppen en zeker niet bij de strenge calvinisten, die vonden het allemaal veel te uitbundig. En dat is het natuurlijk ook. Uitbundigheid leidt vaak tot overlast daarom verbood het katholieke Nijmegen (Knotsenburg) in 1912 het carnaval. Maar na de Tweede Wereldoorlog was het daar weer volop carnaval.

Prins Jos van Wessem van Jocus uit Venlo (1878).
Stedje van Plezeer Venlo vierde carnaval altijd uitbundig. In de binnenstad is het van ouds één groot feest. Want ‘Hier is het te doen, hier is het te zien…’ aldus het befaamde Limburgse zangduo Bjorn Poels en Mieke Janssen uit Venray, die hier het lied zingen in Mestreecht. Prins Jos van Wessem van Jocus – hij moet het feest aan de gang houden – liet zich in 1878 portretteren als eerste carnavalsprins van Venlo.
Vallen en opstaan

Prinsenmuts uit Oeteldonk, gedragen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In de afgelopen eeuw ging het carnaval vaak met vallen en opstaan. Tussen 1917 en 1919 werd het geschrapt vanwege de Eerste Wereldoorlog. In 1920 waren er weer carnavalsoptochten. Na een oproep op de radio in 1928 om carnaval te komen vieren in Oeteldonk was de stad algauw mudvol. Een gemeentelijk verbod op optochten en muziek op straat bracht, samen met de sluiting van de kroegen om 12 uur ’s nachts, weer orde in de chaos.
De grote carnavalsfeesten in het Duitse Rijnland trokken in de jaren dertig veel Nederlandse toeristen. Dat bracht de Nederlandse zuidelijke middenstand op het idee om ook hier meer optochten te organiseren. Het werkte, er kwamen meer optochten en ook meer carnavalsverenigingen.
Erbarmelijke schaarste

Masker uit Oeteldonk. Na jaren op een zolder te hebben gelegen werd het in 1945 weer gebruikt bij het carnaval.
In februari 1940 – oorlogsdreiging – verbood het militair gezag in Tilburg (Kruikenstad) zich verkleed op de openbare weg te begeven.
Tijdens de bezetting was er nauwelijks sprake van carnaval. Thuis werd het wel gevierd, maar openlijk carnaval vieren was ten strengste verboden. In Tilburg was het in het openbaar vieren van het carnaval van 1905 tot 1965 streng verboden. Maar na een illegale carnavalsoptocht dat jaar is carnaval ook in Kruikernstad weer een groot feest.
Terwijl Noord-Nederland zuchtend door de Hongerwinter ging was het zuiden bevrijd. In Oeteldonk klonk in ’45 drie dagen lang vrolijke muziek, een groots feest in een tijd vol van erbarmelijke schaarste.